Durven sneuvelen: de onzichtbare superkracht van de beginnende acteur
Photo: nervous amateur actor on stage spotlight empty theater seats, via thumbs.dreamstime.com
Er gaat een moment vooraf aan elke open repetitie waarop de zaal nog leeg is en je nog kunt weglopen. Je tas in de hand, de deur achter je, nog net op tijd om te zeggen dat het toch niets voor jou was. Wie dat moment overleeft en blijft zitten, heeft al de belangrijkste eigenschap van een acteur: het lef om te sneuvelen.
De expertise die niet helpt
In de amateurbühnewereld — en eerlijk gezegd ook in de professionele — hangt er een geur van 'goed doen'. We hebben onze voorkeuren: deze regisseur, dat toneelhuis, die ene monoloog die we ooit perfect zagen. Ervaren spelers dragen een catalogus met zich mee van wat wél en wat niet kan. Dat is waardevol, maar het is ook een kooi.
De nieuwkomer heeft die catalogus niet. Die heeft nog nooit gehoord dat je niet zomaar op een andere plek mag gaan staan, dat een pauze van vier seconden te lang is, dat dit soort tekst 'niet werkt'. Dus probeert de nieuwkomer het gewoon. Soms valt het plat. Soms is het briljant — en dan is het briljant op een manier die niemand in de zaal had zien aankomen.
Waarom een groep jou nodig heeft
Een spelersgroep verandert van samenstelling, en daarmee verandert de lucht. Wie jaren met dezelfde mensen speelt, ontwikkelt een soort binnenstaand taaltje: vaste vondsten, vaste grappen, vaste valkuilen. Dat kan heel gezellig zijn, maar het maakt de voorstelling voorspelbaar.
Iemand die voor het eerst op een podium staat en niet weet wat 'normaal' is, schudt die vanzelfsprekendheden wakker. Niet omdat het zo goed is — vaak is het juist rauw en onhandig — maar omdat het de vraag stelt: waarom eigenlijk niet? En die vraag is goud waard voor elke regisseur die een voorstelling aan het zoeken is.
Moed tegenover perfectie
Hier zit de kern: op het podium is moed waardevoller dan perfectie. Een foutieve noot met overtuiging speelt beter dan een correcte noot met angst. Een beginnende speler die vol overgave het verkeerde doet, is boeiender om naar te kijken dan een gevorderde die het juiste doet op de vlucht voor het publiek.
Dat betekent niet dat techniek onbelangrijk is. Het betekent dat techniek pas iets wordt zodra er iemand is die durft. Studios zoals de onze bestaan om precies die combinatie te bouwen: ruimte waar je je rot mag hebben, met begeleiding die je daarna helpt begrijpen wat er gebeurde.
Je eerste keer voor een groep: vijf dingen die helpen
1. Bereid je niet tot in de puntjes voor. Een paar kernpunten is genoeg. Te veel voorbereiding maakt je star, en starheid is de vijand van het eerste moment.
2. Kies een scène of oefening waarvan je houdt. Niet de moeilijkste, niet de indrukwekkendste. Als jij er plezier in hebt, straat dat over op de zaal.
3. Vertel vooraf dat je zenuwachtig bent. Serieus. Niemand denkt er minder van je. Het haalt de druk eraf en maakt de groep medeplichtig in plaats van jury.
4. Accepteer dat het niet leuk hoeft te zijn. Dit is misschien de belangrijkste tip. Je eerste keer voelt vaak niet als een feestje — het voelt als overleefd. Dat is prima. Overleven is de eerste fase; genieten komt later, meestal als je het niet meer verwacht.
5. Blijf na afloop hangen. De koffie na de les is geen bijzaak. Daar hoor je hoe het werkelijk werkte, en daar ontstaan de vriendschappen en de volgende producties.
De lange termijn van lef
Wat opvalt aan mensen die jaren later echt iets op de plank of voor de camera doen: vrijwel allemaal waren ze ooit die ene nieuwkomer die het 'even wél durfde'. Niet de meest getalenteerde in de zaal, niet de mooiste stem. Degene die het slechtste eerste moment had en toch terugkwam.
Talent is een startpunt, geen garantie. Durf is een gewoonte, en gewoontes kun je trainen. Elke keer dat je jezelf voelt opgelucht als het weer voorbij is, en je toch aanmeldt voor de volgende ronde, groeit er iets dat geen lesboek je kan geven.
Dus: kom maar op
Heb je een gesprek met jezelf uitgesteld over die toneelles, die improvisatie-workshop, dat open repetitiebezoek in je stad? De zaal heeft geen perfecte speler nodig. De zaal heeft iemand nodig die niet weet wat niet kan — en het toch doet.
Flauw zijn mag. Sneuvelen mag. Binnenkomen mag. Dat laatste is waar het allemaal mee begint.